Schoolplan Bertrand Russell College 2013-2016 Schoolplan Inhoudsopgave



Download 432.03 Kb.
Page1/6
Date28.04.2016
Size432.03 Kb.
  1   2   3   4   5   6


Schoolplan
Bertrand Russell College

2013-2016



Schoolplan
Inhoudsopgave


  1. Voorwoord

  2. Inleiding

  3. Algemene schoolgegevens

    1. School

    2. Bestuur

  4. School- en bestuursontwikkeling

    1. Missie en doelstellingen van de school

    2. Talenten Ontwikkelen: Koers 2015 OVO Zaanstad

    3. Beleidsvoornemens

  5. Onderwijsbeleid en begeleiding

      1. Inleiding: Basisvoorwaarden en Speerpunten

      2. Veilige School (basisvoorwaarde)

        1. Veiligheidsplan

          1. Fysieke veiligheid

          2. Sociale veiligheid

II. Evaluatie veiligheidsplan

      1. Goede begeleiding (basisvoorwaarde)

          1. Algemeen

          2. Decanaat

          3. Zorgbeleid

      2. Kwaliteitszorg (basisvoorwaarde)

          1. Inleiding

          2. Kwaliteitszorg Onderwijs en personeel

            1. Medezeggenschap

            2. Ouderparticipatie

            3. Leerlingbetrokkenheid

          3. Leerlingvolgsysteem en rapportage

          4. Onderwijstijd

          5. Onderwijsrendement

          6. Inspectie keurmerk Kwaliteit

      3. Toetsbeleid en overgangsnormen (basisvoorwaarde)

        1. Toetsbeleid

        2. Overgangsnormen

      1. Burgerschap en Maatschappelijke stage (basisvoorwaarde)

          1. Actief Burgerschap en Sociale Integratie

          2. Maatschappelijke Stage

      2. Omgaan met verschillen (Speerpunt)

          1. Omgaan met verschillen in de klas (microniveau)

            1. Activerende Didaktiek

            2. Rol van ICT en nieuwe media binnen de klas

          2. Omgaan met verschillen binnen de school (mesoniveau)

            1. Homogene groepen

            2. Doorlopende leerlijnen

            3. Rol van ICT en nieuwe media binnen de school

          3. Talenten Ontwikkelen

            1. Visie

            2. Praktijk

              1. Keuzelessen

              2. Extra Vak voor excellente leerlingen

              3. Masterclass (Universiteit)

      3. Cultuurbeleid (Speerpunt)

      4. Profilering Beta-vakken (Speerpunt)

      5. Taalbeleid en Rekenbeleid (Speerpunt)

        1. Taalbeleid

        2. Rekenbeleid




  1. Personeelsbeleid

    1. Doelen van het personeelsbeleid

    2. Zorg voor het welzijn

    3. Formatietoedelingsbeleid

    4. Taakbeleid

    5. Beleid t.a.v. loopbaan en scholing

    6. Integraal personeelsbeleid – IPB

      • Gesprekkencyclus

    1. Kwaliteitszorg personeelsbeleid

      • Tevredenheidsonderzoek




  1. Overige beleidsterreinen

    1. Doel van het financieel beleid

    2. Materieel beleid

    3. ARBO

  1. Huisvesting

  2. Bedrijfshulpverlening

    1. Relationeel beleid (beleid m.b.t. externe contacten)

    2. Interne en externe communicatie

    3. Public relations en marketing

    4. Huisvesting en toekomstig onderwijsaanbod


Schoolplan hst. 1 Voorwoord
Dit is het schoolplan 2013-2016 van het Bertrand Russell College in Kommenie. Dit schoolplan is tot stand komen dankzij de inbreng van alle betrokkenen bij de school.

De missie van de school is de basis van dit schoolplan. In 2008 hebben we met alle collega’s en vertegenwoordigers van ouders en leerlingen onze missie opnieuw geformuleerd. Samen met de Koers 2015 van ons bestuur OVO Zaanstad, vormt onze missie de basis van dit schoolplan. In dit schoolplan worden de beleidsterreinen nader uitgewerkt.

Het schoolplan is besproken in de pmr, ouderraad en de leerlingenraad. Ook bij de verdere ontwikkeling van de school zullen we graag een beroep doen op collega’s, ouders en leerlingen. Met hun inbreng kunnen we op het Bertrand Russell College modern, uitdagend en kwalitatief goed onderwijs blijven verzorgen.

Schoolplan hst. 2 Inleiding
Dit schoolplan is opgebouwd uit zeven hoofdstukken. In hoofdstuk 4 komen de missie van de school en de Koers 2015 van OVO Zaanstad aan bod en wordt een overzicht gegeven van de beleidsvoornemens die in de daarop volgende hoofdstukken zijn uitgewerkt.
Er is voor gekozen de omvang van dit schoolplan enigszins te beperken. Daarom is er een keuze gemaakt in de beleidsvoornemens die in dit schoolplan worden uitgewerkt. Bij de keuze van de geformuleerde beleidsvoornemens heeft een groep van 20 medewerkers een grote rol gespeeld.

In het begin van het schooljaar 2012-2013 zijn onder begeleiding van het CPS twee pressurecooker-sessies gehouden waarin deze medewerkers met elkaar gewerkt hebben aan de keuze en de formulering van de beleidsvoornemens. Er zijn schrijfgroepen ontstaan die gebruik hebben gemaakt van een format dat is aangereikt door het CPS. Deze conceptbeleidsvoornemens zijn de basis geweest voor de beleidsvoornemens zoals ze in dit schoolplan zijn verwoord.



Schoolplan hst. 3 Algemene schoolgegevens
a. School


  1. Algemene schoolgegevens

Het Bertrand Russell College is een openbare school. De school staat dus open voor elke leerling, ongeacht levensbeschouwing of herkomst. Het BRC is onderdeel van Openbaar Voortgezet Onderwijs Zaanstad (OVO Zaanstad).

De school profileert zich als een aantrekkelijke school voor zowel de leerlingen als de docenten. Het BRC beschikt over twee mooie gebouwen met dito voorzieningen, een modern en innovatief onderwijsconcept, een prettige werkomgeving en een slagvaardige organisatiestructuur.

Het BRC biedt twee opleidingen aan:
Atheneum
Het atheneum is een onderdeel van het VWO (voorbereidend wetenschappelijk onderwijs). Het is een zesjarige opleiding die de leerlingen voorbereidt op een studie aan een universiteit of het hoger beroepsonderwijs (HBO).
HAVO

De havo-opleiding (hoger algemeen voortgezet onderwijs) duurt vijf jaar. Het diploma biedt mogelijkheden voor verdere studie aan het hoger beroepsonderwijs. Havo-leerlingen kunnen na het behalen van het examen worden toegelaten tot het vijfde leerjaar van het atheneum.

De school is in het begin van de jaren zeventig in de vorige eeuw ontstaan als dependance van het Zaanlands Lyceum en heeft als Scholengemeenschap Bertrand Russell bestaan tot 1990. Toen is het opgegaan in de Federatieve Scholengemeenschap Krommenie, wat later het Bertrand Russell College ging heten. Dit was een brede fusieschool, met naast het havo/vwo-onderwijs ook vmbo.

In 2000 is deze brede school opgeheven. Het vmbo-onderdeel is verder gegaan onder de naam Trias VMBO. De havo/vwo-school heeft de naam Bertrand Russell College behouden. Nadat de school weer zelfstandig is geworden, is er een sterke groei opgetreden: in 2000 telde de school bijna 500 leerlingen en vanaf 2008 zijn dat er bijna 1000.

De school beschikt sinds 2006 over twee gebouwen die dicht bij elkaar zijn gelegen: de BRC Onderbouw voor de 1e en 2e klassen en de BRC Bovenbouw voor de 3e klassen en hoger. In de onderbouw ongeveer 400 leerlingen en in de bovenbouw 600 leerlingen. De twee gebouwen hebben het ons mogelijk gemaakt om ook met 1000 leerlingen het onderwijs kleinschalig en persoonlijk te houden.

b. Bestuur
Het Bertrand Russell College is onderdeel van Openbaar Voorgezet Onderwijs Zaanstad. Andere scholen die onder hetzelfde bestuur vallen zijn:


  • Het Saenredam College

  • Trias VMBO

  • Zaanlands Lyceum

  • Compaen VMBO

  • De Brug



Schoolplan hst. 4 School- en bestuursontwikkeling


      1. Missie en doelstellingen van de school

De missie van het Bertrand Russell College luidt als volgt:



Een BRC-leerling ontwikkelt zich. Het BRC schept daarvoor de mogelijkheden en de voorwaarden.

In deze formulering wordt de zelfstandigheid van de lerende leerling recht gedaan, zonder de verantwoordelijkheid van de school te verwaarlozen.

Bij deze missie hebben we een aantal belangrijke basisvoorwaarden geformuleerd:


    • Veiligheid

Een leerling kan alleen leren in een veilige situatie. School schept een veilige leeromgeving, door organisatie en begeleiding, zowel in de les als daarbuiten.

Het onderwijsaanbod is zo georganiseerd dat de stof uitdagend en studeerbaar is.



  • Begeleiding door de docent. Waar nodig biedt de docent ondersteuning van de leerling die leert – vakgebonden hulp, betrekking hebbend op leerstijl en studievaardigheden.

  • Begeleiding door de mentor. Waar nodig biedt de mentor ondersteuning van de leerling die leert – vakoverstijgende hulp, betrekking hebbend op leerstijl, studievaardigheden en welbevinden.

  • Schoolklimaat en sfeer: alle betrokkenen nemen elkaar serieus en spannen zich naar behoren in. Storend gedrag, pestgedrag, sarcasme en dergelijke horen niet thuis op het BRC. De docenten en leerlingen zijn hiervoor gezamenlijk verantwoordelijk. Alle docenten bewaken het gedrag binnen school. Er gaat vorm gegeven worden aan de basisprincipes van adaptief onderwijs. Deze zijn concreet te maken in de volgende tien vuistregels voor gedrag dat het leren bevordert: gevoel voor humor en relativering, vriendelijkheid, fouten toegeven, maatwerk, het goede belonen, respect tonen, luisteren, enthousiasme, beloftes nakomen en nieuwe kansen bieden. Deze vuistregels sturen het gedrag van de leerling en leraar op het BRC.

Een veilige school voorkomt problemen.



  • Activerende didactiek

  • Activerende werkvormen vinden we terug bij alle vakken.

  • Het onderwijsaanbod is gericht op leren leren – niet alleen wat je leert, maar ook hoe je leert komt expliciet aan bod.

  • Samenwerkend leren vinden we terug bij alle vakken.

De minimale basis voor de activerende didactiek wordt gevormd door de vijf basiswerkvormen van Alle Leerlingen bij de Les: denken-delen-uitwisselen, check-in-duo’s, genummerde-hoofden-tezamen, experts, en het drie-stappen-interview.

De professionele docent ontwikkelt activerende werkvormen binnen de mogelijkheden van zijn vak. De schoolleiding is en blijft in gesprek met docenten en leerlingen over de didactiek op het BRC.


  • Zelfstandigheid

  • Een leerling krijgt de kans zelf verantwoordelijkheid te dragen. Keuzes aanbieden is daarvoor een noodzaak. Bij alle vakken vinden we deze mogelijkheid terug. Leren op niveau is een actief proces waarin vele beslissingen genomen moeten worden. Zonder deze beslissingen wordt er minder geleerd en verandert het leren van een actieve inspanning in passief consumeren. Wij vragen van onze leerlingen meer dan alleen reproductie.

  • De eisen en criteria waaraan een leerling moet voldoen liggen vast en zijn voor alle betrokkenen vooraf helder geformuleerd en inzichtelijk. De te volgen leerweg is niet altijd voorgeschreven. Op weg naar het doel kan een zelfstandige leerling zijn eigen beslissingen nemen en zijn eigen aanpak ontwikkelen. Alleen leerlingen die dit aantoonbaar niet willen of niet kunnen, krijgen een voorgeschreven en gecontroleerde leerweg. Het principe hierbij is: vrijheid moet je verdienen. Goede leerlingen die zowel hun werk goed doen als goede resultaten boeken, krijgen meer vrijheid hun leren zelf vorm te geven dan leerlingen die dit niet willen of niet kunnen. Dit principe vinden we terug bij alle vakken.

Samenvattend:

Iemand die op het BRC werkt of leert is binnen schoolverband te herkennen aan fatsoenlijk gedrag dat de veiligheid van iedereen dient en functioneel gedrag dat het zelfstandig leren op niveau bevordert. Ook is het iemand die bereid is verantwoordelijkheid te dragen en te delen. Deze basis geldt voor alle personeelsleden en voor alle leerlingen.

Consequenties:

Bovenstaande missie en basisvoorwaarden hebben consequenties voor docenten en leerlingen. Hieronder worden ze beschreven:



  • Consequenties voor elke BRC-docent.

In het kader van de Wet BIO is de bekwaamheid van docenten uitgewerkt in zeven competenties:




  1. Interpersoonlijk competent

  2. Pedagogisch competent

  3. Vakinhoudelijk en didactisch competent

  4. Organisatorisch competent

  5. Competent in het samenwerken met collega’s

  6. Competent in het samenwerken met de omgeving

  7. Competent in reflectie en ontwikkeling

Deze competenties zijn onderwerp van gesprek tijdens de gesprekken in het kader van de gesprekkencyclus. Tevens zijn deze competenties (of bekwaamheidseisen) het uitgangspunt om docenten al dan niet te promoveren naar een LC- dan wel een LD functie.


De eerste vier competenties betreffen de lessituatie en worden hieronder nader toegelicht:

Interpersoonlijke competentie

De docent geeft leiding en schept een vriendelijke, coöperatieve sfeer, brengt een open communicatie tot stand en bevordert de zelfstandigheid van de leerlingen.



Pedagogische competentie

De docent biedt een veilige leeromgeving, met voldoende structuur en houvast, waarin de leerlingen ervaren dat ze erbij horen, welkom zijn en gewaardeerd worden. In zijn les gaat iedereen respectvol met elkaar om en wordt iedereen uitgedaagd verantwoordelijkheid te nemen voor zichzelf en voor anderen.



Vakinhoudelijke en didactische competentie

De docent gaat om met verschillen in de klas en doet dat door gedrag en leerinhoud op de leerlingen af te stemmen. Hij motiveert de leerlingen voor hun leertaken, daagt hen uit het beste uit zichzelf te halen en helpt hen succesvol af te ronden. Hij leert de leerlingen leren, ook van en met elkaar.



Organisatorische competentie

De docent zorgt voor een overzichtelijke, ordelijke en taakgerichte sfeer, zodat de leerlingen weten waar ze aan toe zijn, welke ruimte ze hebben voor eigen initiatief, wat ze moeten doen, hoe en wanneer en met welk doel.

De schoolleiding verwacht van elke BRC-docent een goede reflectie op het eigen functioneren en de bereidheid daarover in gesprek te gaan, met als doel de professionaliteit binnen de school voortdurend te ontwikkelen. Als de docenten van het BRC de missie competent uitvoeren zoals zij hierboven beschreven is, dragen zij onmiskenbaar bij aan goed onderwijs.



  • Consequenties voor de leerlingen van het BRC

In het leerlingenstatuut zijn de spelregels voor leerlingen beschreven, onder andere regels die voor elke scholier in Nederland als vanzelfsprekend gelden en die dus ook voor onze leerlingen gelden. Daarnaast verwachten wij, gezien de missie van onze school, ook gedrag van onze leerlingen dat niet voor iedereen vanzelfsprekend is en derhalve expliciet geformuleerd moet worden. Het gaat hierbij met name om de volgende punten:

Een BRC-leerling ontwikkelt zich. Hij leert en spant zich aantoonbaar in om vooruitgang te boeken en uiteindelijk het HAVO- of VWO-diploma te behalen. Hij doet kennis op en maakt zich vaardigheden eigen die hem geschikt maken voor een vervolgstudie op HBO- of universitair niveau. Hij draagt naar vermogen verantwoordelijkheid voor het eigen leren en is zich bewust van het feit dat onderwijzen zonder leren een werkvorm is zonder resultaat.


Een BRC-leerling kent de eigen verantwoordelijkheid in het leerproces, ook in samenhang met de groep waarvan hij deel uitmaakt. Hij is aanspreekbaar op zijn rol en invloed in de klas. Datzelfde geldt ook voor zijn verantwoordelijkheid met betrekking tot het welbevinden van zijn medeleerlingen. Pesten, storend gedrag, respectloos zijn naar anderen – al dit soort uitingen passen niet in een veilige school. Een BRC-leerling vertoont dergelijk gedrag niet en is bereid mede verantwoordelijkheid te dragen bij het voorkomen of bestrijden van dergelijk gedrag van anderen.
Op het BRC zijn wij ons ervan bewust dat wij werken met jeugd, van kind tot jong volwassene. Het is dan ook geen vanzelfsprekendheid dat zelfstandigheid en verantwoordelijkheid tot het standaardrepertoire van onze leerlingen behoort. Leerlingen die hierin fouten maken, mits binnen de grenzen van het gangbare en geaccepteerde, verdienen natuurlijk een kans zich te herstellen. Van een BRC-leerling wordt echter wel verwacht dat hij zich ontwikkelt. Met andere woorden: een BRC-leerling verbetert zich na correctie.

Resumerend kunnen we vaststellen dat professioneel docentengedrag en welwillend leerlingengedrag goed onderwijs mogelijk maken. Het is dan ook juist dát gedrag dat de schoolleiding wenst te bevorderen.



  • Aanvullende doelstellingen:




  • Voorbereiden op de maatschappij

We willen de leerlingen zo snel mogelijk opleiden voor een diploma dat bij hen past en hen vormen tot kritische mensen die zelf beslissingen kunnen nemen. We nodigen de leerlingen in de lessen uit tot het nadenken over de inhoud van de vakken.

Wij vinden het belangrijk onze leerlingen bewust te maken van bij maatschappelijke vraagstukken. Samen met de leerlingenraad hebben we de afgelopen jaren vele acties georganiseerd. Ook neemt de school al jaren deel aan schooloverstijgende programma’s als School aan Zet, Universum en Beta-partners.




  • Aangename schooltijd

We spannen ons dagelijks in om ervoor te zorgen dat onze leerlingen een aangename schooltijd hebben. De schoolactiviteiten moeten aansluiten bij de behoefte van de leerlingen. Wij willen dat de leerlingen ervaren dat de school er voor hen is en niet andersom. Er is de school veel aan gelegen om de leerlingen te betrekken bij de activiteiten die we organiseren. We willen bereiken dat onze leerlingen een band opbouwen met de school en niet naar school komen om alleen te leren. Onze leerlingen moeten hun verblijf in de school als aangenaam en veilig ervaren. De school heeft hen meer te bieden dan leren alleen. Wij willen dat onze leerlingen bij het verlaten van de school terug kunnen kijken op een prettige schooltijd, waar zij bijzondere en leuke herinneringen aan overhouden.



  • Culturele vorming

We besteden ruim aandacht aan de culturele vorming van onze leerlingen. Zij moeten zich

kunstzinnig en cultureel optimaal kunnen ontplooien, zowel individueel als in groepsverband. We laten de leerlingen kennismaken met verschillende kunstuitingen en stellen hen in de gelegenheid ook actief aan kunstactiviteiten deel te nemen. We willen zo een omgeving scheppen waarin kunst niet wordt gedoogd, maar gedijt. Het is belangrijk dat leerlingen gaan beseffen dat cultuur een plaats heeft in het dagelijkse leven. Voor de invulling van ons cultuurbeleid maken we gebruik van een uitgebreid netwerk, waarin vele culturele instellingen participeren.





  • ICT-Vaardigheden en omgaan met verschillen

We zorgen er voordat het onderwijs aan onze leerlingen aansluit bij de nieuwste ICT-ontwikkelingen. Ons onderwijs maakt de leerlingen vaardig in het gebruik van de software en hardware, zodat zij bij hun studie een goede keuze uit de digitale werkvormen kunnen maken. We willen dat alle leerlingen na de derde klas de basisvaardigheden bezitten om te werken met veel gebruikte computerprogramma’s. In de Tweede Fase wordt van de leerlingen verwacht dat zij in staat zijn zelfstandig te studeren met behulp van de aanwezige software en hardware.

De school bezit een voor dit doel adequate infrastructuur, met draadloss netwerk, computerlokalen, studiecentrum en laptopkarren. In 2009 is de school een pilot gestart met een laptopklas. Inmiddels is dit project uitgegroeid tot een blijvende vorm van onderwijsaanbod. De ouders van de nieuwe brugklasleerlingen kunnen voor de laptopklas kiezen.

We zien het gebruik van de laptop als een hulpmiddel om onze missie te verwezenlijken. Speciaal bij het omgaan met verschillen in de klas zal de laptop een steeds belangrijkere rol gaan spelen. Het laptopgebruik kan bijdragen aan het bieden van uitdagend, stimulerend en motivatie verhogend onderwijs. Onderwijs dat de leerlingen keuzemogelijkheden biedt, zelfstandigheid bevordert en de leerlingen uitnodigt om zelf hun verantwoordelijkheid te nemen. Daarnaast kan de laptop ook ingezet worden bij het herhalen en oefenen van lesonderdelen.



      1. Talenten ontwikkelen: Koers 2015 OVO Zaanstad

In de Talenten Ontwikkelen Koers 2015 beschrijft het College van Bestuur het strategisch beleid voor OVO Zaanstad voor de komende vijf jaar. De opdracht, de missie, vormt hierbij het uitgangspunt.


De opdracht van OVO Zaanstad luidt als volgt:
OVO Zaanstad hanteert de kernwaarden van openbaar onderwijs actief en zichtbaar. Iedere leerling is welkom en eenieder die dat wil en aan de bekwaamheidseisen voldoet, kan bij OVO Zaanstad werken. Ieder die zich in een van de scholen van OVO Zaanstad bevindt, leerling, medewerker of ouder, respecteert anderen en draagt dat ook uit.

In de scholen vallend onder het bestuur van OVO Zaanstad wordt aandacht besteed aan maatschappelijk aanvaardbaar gedrag en we spreken elkaar daar ook op aan. We hebben aandacht voor normen en waarden en respecteren levensbeschouwelijke opvattingen van anderen.


De scholen van OVO Zaanstad bieden goed onderwijs. De OVO-scholen bieden de leerlingen een veilige, inspirerende en moderne leeromgeving, die stimuleert en waarin leren en samenwerken vanzelfsprekend zijn.

De OVO-scholen zijn kleinschalig georganiseerde ontmoetingsplaatsen waarin ruimte is voor diversiteit en openheid. Of het nu gaat om gymnasium, atheneum, havo, om praktijkonderwijs of om vmbo met of zonder leerwegondersteuning, de OVO-scholen bieden iedere leerling een uitstekende opstap naar een goede maatschappelijke en professionele toekomst.

Het document Talenten Ontwikkelen Koers 2015 is te vinden op de websites van de school en van het bestuur: www.bertrand.nl en www.ovo-zaanstad.nl


      1. Beleidsvoornemens

In de volgende hoofdstukken komen de verschillende beleidsterreinen aan de orde.

Er worden sterke punten genoemd en verbeterpunten. In een aantal gevallen zijn de verbeterpunten nader uitgewerkt in beleidsvoornemens. De schrijfgroepen hebben een keuze gemaakt voor in totaal 16 beleidsvoornemens.

De 16 beleidsvoornemens die aan de orde komen worden hieronder in het kort vermeld:


Begeleiding:

1. In kaart brengen van de begeleidingsroute en verantwoordelijkheden.

2. Gedeelde structurele verantwoordelijkeheid in de begeleiding.

Decanaat:

3. Onderpresteerders in de onderbouw, als gevolg van motivatieproblemen, een toekomstperspectief laten ontwikkelen met behulp van motivatiegesprekken met de decaan.

Omgaan met verschillen in de klas:

4. Activerende didactiek wordt veel gebruikt in de BRC lessen.

Omgaan met verschillen in de school:

5. Onderzoek naar de mogelijkheid en/of wenselijkeheid van meer homogene groepen.

Omgaan met verschillen: Talenten ontwikkelen:

6. Leerlingen op hun eigen niveau de mogelijkheid bieden om hun talenten te ontwikkelen: 1e, 2e en 3e klas.

7. Leerlingen op hun eigen niveau de mogelijkheid bieden hun talenten verder te ontwikkelen: 4e klas en hoger.

Cultuurbeleid:

8. Communicatie verbeteren met als doel de verantwoordelijkheid van collega’s ten aanzien van het cultuurbeleid te vergroten en ervoor te zorgen dat alle medewerkers het beleid mee dragen.

9. Communicatie verbeteren met als doel de betrokkenheid van de ouders en de leerlingen te vergroten.

10. Meer kunst en cultuur zichtbaar in het curriculum plaatsen.

Profileren Bèta-vakken:

11. Het interesseren van leerlingen met goede capaciteiten en motivatie voor de Bèta-vakken voor de N-profielen.

Taalbeleid:

12. Er komt een taalbeleid met consensus onder alle medewerkers.

Rekenbeleid:

13. De leerlingen halen in de voorexamenklas voor rekenenen het vereiste 3F niveau.


Personeelsbeleid:

14. Goed personeelsbeleid voortzetten en verbeteren.

15. Professionaliteit en communicatie verbeteren.

16. Gesprekkencyclus verder vormgeven.




Share with your friends:
  1   2   3   4   5   6




The database is protected by copyright ©essaydocs.org 2020
send message

    Main page